Holmestrand ligt aan de westoever van de Oslofjord, op ongeveer 75 km ten zuiden van Oslo.  Het is een wat slaperig plaatsje met nog geen 10.000 inwoners.  Vroeger was het een populaire "badplaats", wat het "strand" van Holmestrand wel zal verklaren.   530689-322072-thumbnail.jpg

Hier had Sig Bergesen drie VLCC's opgelegd die  waren overgenomen van Bjørn Bjørnstad. Het waren de Berge Boss, ex-Beaumaris (223.000 dwt), de Berge Pilot, ex-Beurivage (290.000 dwt) en het zusterschip Berge Chief, ex-Beaumont (290.000 dwt). Daarvan werd de Berge Boss in 1984 door ons in opdracht van Taiwanese slopers  aangekocht. Het schip had daar sinds 1975 gelegen en was in 1981 door Sig. Bergesen op speculatie overgenomen. De verkoop voor sloop bracht hen veel geld op.

530689-322017-thumbnail.jpg

Zo lagen ze daar - en ook nu zijn alle foto's weer aanklikbaar voor een groter beeld - voor op de ankers, achter op de wal, met stroomvoorziening van de wal.

 

Ik had het nog nooit zo makkelijk gehad, want niet alleen had Bergesen in het achterschip van de Berge Pilot een keurige ingang gemaakt met een fraai vlonder ervoor zodat je in je beste pak zonder moeite aan boord kon komen, ze lagen ook nog eens recht voor het enige hotel van de stad: Hotel Societeten, een hotel met een lange geschiedenis, vroeger "badhotel", toen alleen nog maar een heel oud hotel en nu een museum.

530689-322019-thumbnail.jpgTerwijl wij daar bezig waren, was men juist met de bouw van een nieuw, modern hotel begonnen, maar voor ons kon het niet beter. Vanuit de ontbijtzaal had ik uitzicht op het schip en met de portofoon contact terwijl het schip ook telefoon had, dus daar hield ik kantoor. Schepen die bij een kleine plaats worden opgelegd, betekenen over het algemeen een economische impuls voor zo'n plaats. Nu viel dat in Holmestrand wat tegen omdat er niet meer dan een minimum aantal wachtslieden aan boord zaten. Vandaar dat onze bedrijvigheid daar erg welkom was. In oktober had het hotel niets te doen en hoewel we de crew daar maar twee nachten onderbrachten, waarna ze aan boord konden, betekende het wel 23 dorstige Engelse klanten voor de gezellige bar.  Overigens was er in Holmestrand weinig te beleven. 530689-322077-thumbnail.jpg

Op vrijdag 19 oktober ging de crew aan boord en begonnen we met het reactiveren en op woensdag 14 november vertrok de Berge Boss als Ossa, geregistreerd te Gibraltar, naar zee. Zesentwintig dagen om een schip te reactiveren dat negen jaar opgelegd was, was niet lang, zeker niet als we in aanmerking nemen dat het schip door Bergesen drie jaar lang was gebruikt als instructieschip voor eigen personeel. Overal was gesleuteld en losgehaald en soms wel, soms ook niet weer in elkaar gezet. Verder was er nogal wat vorstschade aan de zoetwatersystemen.

Na tien dagen waren we weer self supporting, dat wil zeggen dat we een hulpmotor hadden lopen en eigen stroom en andere voorzieningen hadden, waarna  het schip tussen de anderen uit kon worden gehaald en naar een ankerplaats verhaald, een klus die exact twaalf uur in beslag nam: om 12 uur 's middags kwamen de loodsen aan boord en om 23.55 uur lag ze ten slotte ten anker.  530689-322079-thumbnail.jpgVoor de plaatselijke pers was het vertrek van het schip natuurlijk nieuws. De middelste, de toekijker met de portofoon in de kontzak, ben ik.

530689-322228-thumbnail.jpg

Op de Berge Boss hadden we nogal wat problemen met de automatisering. Dat is niet ongebruikelijk bij lang opgelegde schepen, maar hier was het wel erg veel, wat veel geld kost aan manuren van dure specialisten. Een bijkomend probleem was dat het schip Amerikaanse ketels had van een type dat de branders niet op de top van de ketels heeft, maar op de vier hoeken. Heb je problemen met de ketelautomatisering, dan kun je overgaan op handbediening. Zitten de branders dan bovenop de ketels, dan is dat geen bezwaar, maar zoals hier op de vier hoeken en dan met weinig mensen in de machinekamer, geeft dat problemen.  Niet lang daarna kochten we voor dezelfde Taiwanese slopers het zusterschip van de Berge Boss, de Sinmar. Zie de fotogalerij "Tankers", of klik HIER

De Sinmar was de langst opgelegde tanker ter wereld; ze lag al twaalf jaar in de buurt van Haugesund, voor op twee ankers, achter met trossen op de wal, een zware kabel voor de stroomvoorziening langs een aprte staaldraad van de wal naar het schip. Gezien onze ervaringen met de ketels van de Berge Boss, besloten we de Sinmar niet te reactiveren, maar naar Taiwan te slepen. Ik vond het toen wat merkwaardig dat de superintendent van het sleepbedrijf meende dat een uurtje wel voldoende was om het schip ertussenuit te halen. Dat viel inderdaad nogal tegen. Maar dat was pas later. Zo ging het in Holmestrand:

530689-322232-thumbnail.jpg

530689-322235-thumbnail.jpg

530689-322237-thumbnail.jpg

530689-322239-thumbnail.jpg

 

 

 

Daar ben je echt eventjes mee bezig, voordat ze ertussenuit is...

530689-322241-thumbnail.jpg

530689-322243-thumbnail.jpg

 

 

 

 

 

 

 

 

  530689-322248-thumbnail.jpg

   ...en veilig ten anker ligt.

 

 

530689-322253-thumbnail.jpg

 

 

Daarna werd het vele malen per dag bootjevaren.

 

Op woensdag 14 november 1984 vertrok ze 's morgens om acht uur naar zee. Om tien over tien vertrokken wij - mijn vrouw en ik - van Oslo, terug naar huis, wat voor ons Athene was. De klus was geklaard en de volgende wachtte. Twee dagen later, op vrijdag, zaten we 's morgens om tien uur alweer in het vliegtuig, van Athene naar Zurich en vandaar door naar Caracas voor de Dorios en de Lagoven Maracaibo, in tandem gesleept rond de Kaap. Het was een interessant en enerverend bedrijf met die tankers. Ik had het niet graag willen missen.

Waarom de naam OSSA gekozen? We vlagden de schepen om naar Gibraltar en kozen dan een naam die in de verschillende papieren en ook op het schip zelf gemakkelijk aan te passen was - lees: over te typen en over te schilderen. Nova werd Ova. Coraggio werd Corag. Elpida werd Pidas - wat niet zo'n gelukkige keuze was gezien de betekenis van dat woord in het Grieks.  Van de Berge Boss mochten we geen Berge maken en Boss was al evenmin een optie  en daarom werd het Ossa. Zo zat dat. De Fransen waren wat dat betreft erg gemakkelijk. De Turquoise en de Alsace gingen onder hun eigen naam naar Taiwan.