530689-326897-thumbnail.jpg

1935

De JOLA gaat bij Scheepswerf Gebr. Niestern & Co.  te water.

Het schip was bouwnummer 201 bestemd voor de heer L. Schothorst te Zuidbroek.

jola 1935.jpg

Tijdens de Tweede Wereldoorlog voer het in geallieerde dienst. Op 26 februari 1942 brak er door onbekende oorzaak in de haven van Teignmouth brand aan boord uit waardoor het schip grote schade opliep. Bij deze brand kwamen twee man om het leven: de machinist P. Bolt en de kok J. van de Maas.

In juni 1944 werd de Jola ingezet bij de Operatie Neptune ter ondersteuning van de invasie in Normandië. In 1945 werd het schip aan de eigenaar L. Schothorst teruggegeven. Vijf jaar later, in 1950 werd het verkocht aan mijn neef, Jaap Willem Kreumer en herdoopt in Jan Kreumer, naar zijn vader.

Jan Kreumer was kapitein bij de toenmalige Rotterdamsche Lloyd, het laatst op het s.s. Langkoeas.

530689-327398-thumbnail.jpg

Dit was de voormalige Duitse Stassfurt van de Hamburg-Amerika Linie, 7395 brt en gebouwd in 1930. Toen de duitsers op 10 mei 1940 Nederland binnenvielen, lag de Stassfurt in Tjilatjap en werd daar door de Nederlands-Indische autoriteiten volgens een tevoren opgesteld plan samen met alle in Indië liggende Duitse schepen in beslag genomen. Kort daarna werden deze schepen verdeeld over verschillende Nederlandse rederijen en zo kreeg de Rotterdamsche Lloyd het beheer over dit schip.

530689-327401-thumbnail.jpg

Deze beide foto's zijn welwillend ter beschikking gesteld door Arendnet.

 

 

Op 1 januari 1942 vertrok de Langkoeas uit Soerabaja, bestemd voor Egypte. De volgende dag, 2 januari, werd het schip op 80 mijl ten noorden van Soerabaja getorpedeerd door de Japanse onderzeeboot I 58 onder bevel van de overste Kitamura. De bemanning bestond uit 94 koppen - 24 Nederlanders, 55 Chinezen en 15 Javanen. Andere bronnen, waaronder Bezemer, spreken van 91 man. De torpedo trof het schip in de machinekamer waarbij de daar aanwezige 12 man al direct om het leven moeten zijn gekomen. De overigen zagen kans het schip te verlaten waarbij kapitein Kreumer het bevel over de motorsloep op zich had genomen. Die was bezig de andere sloepen te verzamelen met de bedoeling ze op sleeptouw te nemen, toen de Japanse onderzeeboot het vuur opende. Ook zou hij reddingboten hebben geramd. Van de 94 bemanningsleden overleefden uiteindelijk maar drie man deze ramp: de 4de machinist J. de Mul, een Chinese matroos en een Javaanse bediende. Deze oorlogsmisdaad wordt in Bezemers Geschiedenis van de Nederlandse koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog uitvoerig beschreven. Deel 1, pagina 625-628.

Het was altijd de bedoeling van Jan Kreumer geweest om te zijner tijd een eigen schip te kopen, een coaster, en die dan samen met zijn zoon Jaap als stuurman en mijn vader als machinist in de vaart te brengen. Voor mijn tante - mijn moeders zuster - Tjitske Kreumer-van Gelderen, was dit aanleiding om dit in 1950 alsnog te doen en zo kocht zij door bemiddeling van Lou Vuursteen, directeur van Wagenborg, de Jola van Schothorst en zette die op naam van haar zoon, Jaap Kreumer. Mijn vader was na de oorlog aan de wal gekomen en werkte bij Philips in Eindhoven. Ze bood hem aan om alsnog mee te doen in het schip, maar mijn vader zag daar toch maar vanaf. In het voorjaar van 1951 was ik de middelbare school spuugzat en zei op een mooie zondagmorgen dat ik naar zee wilde. Niet omdat ik dat zo verschrikkelijk graag wilde, maar louter en alleen omdat ik van die school af wilde. Ik heb dat beschreven in mijn verhaal Rotkusters!. En zo monsterde ik op 1 juni 1951 als lichtmatroos op de Jan Kreumer. "Boven de sterkte", voor de gulle gage van 20 gulden per maand. Ik mocht mee.

530689-327414-thumbnail.jpg

De Jan Kreumer was een prima schip, een echt Niestern-schip en de eerste of een van de eerste coasters met een dubbele bodem. Ze was 330 dwt, 267 brt en 131 nrt. Ze had een lengte o.a. van 36,83 meter bij een grootste breedte van 6,88 en een diepgang op zomermerk van 2,55 meter. Er stond een Deutz in van 195 pk, goed voor een snelheid van 8,5 knoop. Het was een uitstekend zeescheepje waarmee we heel wat slecht weer hebben afgereden, ook de Rampstorm van 1 februari 1953 waar we ter hoogte van Esbjerg middenin zaten.

 

Rest volgt.