Main

Those were the days, my friend...

 

th250.jpg

I remember my youth and the feeling that will never come back any more - the feeling that I could last for ever, outlast the sea, the earth, and all men; the deceitful feeling that lures us on to joys, to perils, to love, to vain effort - to death; the triumphant conviction of strength, the heat of life in the handful of dust, the glow in the heart that with every year grows dim, grows cold, grows small, and expires - and expires too soon, too soon - before life itself.

Marlow in Youth

Joseph Conrad (1857-1924)

 

De foto hierboven is van september 1966 en dat ben ik. In het fotoalbum Schepen dat ik in 1997 samenstelde, schreef ik hierbij:

Het is altijd gevaarlijk om te trachten de vraag te beantwoorden wat nu eigenlijk de beste jaren van ons leven waren. Toch ben ik sterk geneigd te zeggen dat dit voor mij de jaren waren waarin deze foto werd gemaakt, in 1966, als kapitein van de Delfborg. De jaren dat ik op de kleine schepen voer, de 500-tonners van Wagenborg die wel eens smalend "Wagenborg Volkswagen" werden genoemd. Goede, zorgeloze jaren. Net even in de dertig, kapitein bij een goede rederij met goede schepen, een vak dat je volledig beheerste. Heel hard werken, lange dagen, maar dat gaf niet. Vooral de winters waren moeilijk. Koude, mist, geen radar en met een Brons van 200 pk maak je in slecht weer ook niet veel klaar, maar toch góéd werk. Daar is het dus weer: Vroeger...

Het fragment waar ik mee begon, is afkomstig uit een het verhaal Youth, dat Joseph Conrad in 1898 schreef en dat alsdus begint:

 

This could have occurred nowhere but in England, where men and sea interpenetrate, so to speak - the sea entering into the life of most men, and the men knowing something or everything about the sea, in the way of amusement, or travel, or of bread-winning.

We were sitting round a mahogany table that reflected the bottle, the claret-glasses, and our faces as we leaned on our elbows.

 

Een zekere Marlow vertelt een verhaal over een reis naar het Verre Oosten die hij in zijn jeugd maakte; zijn eerste reis.

 

Yes, I have seen a little of the Eastern seas; but what I remember best is my first voyage there. You fellows know there are these voyages that seem ordered for the illustration of life, that might stand for a symbol of existence. You fight, work, sweat, nearly kill yourself, sometimes do kill yourself, trying to accomplish something - and you can't. Not from any fault of yours. You simply can do nothing, neither great nor little - not a thing in the world - not even marry an old maid, or get a wretched 600-ton cargo of coal to its port of destination.

 

Het is een prachtig verhaal en ergens staat die passage waarmee ik begon omdat die me altijd bijzonder heeft aangesproken. Maar toen ik het onlangs nog eens las, trof me toch ook het slot van het verhaal en dat heb ik toen, puur voor mezelf, vertaald.

 

"Dit is alles wat ervan overgebleven is! Een moment, meer niet; een moment van kracht, van romantiek, van schoonheid - van jeugd! ... Het zonlicht op een vreemde kust, een herinnering, een zucht, en - vaarwel! - Nacht - Vaarwel!"

Hij nam een slok.

"Ach! De goeie ouwe tijd - die goeie ouwe tijd. Jong en de zee. De betovering van de zee! De goede, sterke zee, de zoute, bittere zee, die tegen je kon fluisteren en tegen je kon brullen en de adem uit je donder kon slaan.

Van alles wat mooi is, geloof ik toch dat het de zee is - of is het alleen maar de jeugd? Wie zal het zeggen? Maar jullie, zoals je hier nu zit - jullie hebben allemaal iets uit het leven gehaald: geld, liefde - dingen die je aan de wal kunt krijgen - maar zeg nu eens eerlijk, waren dat niet de beste jaren, toen je jong was en op zee zat; toen je jong was en niets had, op de zee die niets geeft, alleen maar harde klappen - en een enkele keer een kans om je kracht te voelen - meer niet - maar is dat niet wat jullie missen?"

En we knikten allemaal: de bankier, de boekhouder, de jurist, we knikten allemaal en keken hem aan over de glanzende tafel die onze gezichten weerspiegelde, onze doorgroefde, gerimpelde gezichten, getekend door al het gezwoeg, door bedriegerij, door succes, door liefde; onze vermoeide ogen nog altijd op zoek, vol verlangen uitkijkend naar iets in het leven, iets dat je verwacht maar dat alweer verdwenen is - ongezien gepasseerd, in een zucht, in een flits - samen met je jeugd, met de kracht, met de romantiek van illusies.

fig 14 vuurschip wince.jpg

Posted on wo, april 26, 2006 by Registered CommenterTheo Horsten in | Comments Off