Rien van den Broek
1935-2001
In januari 1965 werkte ik aan de wal en zoals dat met bepaalde gebeurtenissen gaat, weet ik nog precies wat ik aan het doen was toen ik op het nieuws hoorde dat het Nederlandse motorschip Mauritssingel werd vermist.
De Mauritssingel? dacht ik. Zat Rinus daar niet op? Of was het een ander 'Singelschip'? We hadden elkaar al geruime tijd niet gesproken of geschreven en ik wist het werkelijk niet meer. Er leek me maar één goede manier om erachter te komen of hij nu wel of niet aan boord zat en dat was hem te bellen. Kreeg ik zijn vrouw aan de telefoon, dan kon ik zeggen dat ik gewoon even belde om te horen hoe het met haar ging; zat hij inderdaad aan boord van de Mauritsstingel, dan zou ik dat ook onmiddellijk horen. Zo gedacht zo gedaan en gebeld. Gelukkig kreeg ik Rinus zelf aan de telefoon. 'Blij je stem te horen,' zei ik. 'Ik was er niet zeker meer van, maar ik dacht even dat jij op de Mauritssingel zat.'
'Dat zat ik ook,' zei Rinus. 'Alleen ben ik net voor vertrek Bayonne van boord gegaan en naar Holland gereisd. Ik had al heel lang maagklachten, mijn schoonmoeder was overleden en mijn vrouw kon wel wat hulp gebruiken, dus die ouwe zei dat ik rap moest maken dat ik thuis kwam. Gewoon niks zeggen, mijn zaken regelen, naar de dokter gaan en in Hamburg weer aan boord komen, daar kraaide geen hen of haan naar. Hij redde zich er wel mee, zei hij. Ik heb het schip beladen en mee zeeklaar gemaakt en ben vervolgens op de trein gestapt.'
De Mauritssingel vertrok op 26 januari 1965 uit Bayonne, maar is nooit in Hamburg aangekomen. Er is nooit meer ook maar iets van het schip vernomen of teruggevonden. Geen luik, geen lijk, geen boei of geen boot, helemaal niets.
Rinus en ik hadden elkaar in 1952 leren kennen, toen hij voor het eerst naar zee ging, als lichtmatroos op de Jan Kreumer. Het klikte meteen tussen ons en we zijn altijd vrienden gebleven. Zo'n zeldzame vriendschap waarbij je elkaar soms in jaren niet ziet en het contact beperkt blijft tot een kerstkaart, maar die desondanks stand houdt en hecht blijft. Zie je elkaar weer, dan is het net of het pas gisteren was dat je elkaar voor het laatst sprak. Toen ik later, na het behalen van mijn 3de rang, als stuurman terugkeerde op diezelfde Jan Kreumer, zat Rinus daar nog altijd aan boord. Ik was al snel weer vertrokken omdat ik op de Grote Vaart wilde gaan kijken, maar Rinus bleef. Later zaten we puur toevallig samen in Den Helder bij de Marine voor de opleiding Koopvaardijbeveiliging.
Maar wat er ook mocht gebeuren in ons beider leven, we hielden contact en bleven vrienden. In een heel donkere periode van mijn leven stopte ik op een sombere, koude wintermiddag om een uur of vijf bij Rinus en Pauline van den Broek voor de deur van hun huis in Moerkapelle met de rest van mijn leven in twee koffers achterin de auto. We hadden elkaar toen enige jaren niet gezien, niet gesproken, niet geschreven of gebeld. Toch vroeg Rinus niet hoe dat kwam of wat er aan de hand was of wat ik kwam doen. Hij wees me eerst een kamer met een bed en vervolgens zijn we gaan zitten met een kruik jenever en hebben over van alles gepraat, behalve over mij. Dat kwam de dag daarna pas en ook alleen nog maar omdat ik erover begon. Dat zijn vrienden. Zo heb ik er nog een. Ik ben een gelukkig mens.
Nadat ik in Griekenland terecht was gekomen, toen in Spanje, toen weer in Holland en vervolgens weer in Griekenland, kwam het contact voor de zoveelste keer in de meer dan dertig jaar dat we elkaar kenden op een laag pitje te staan. Maar het pitje was er nog wel en bleef branden.
Soms krijg je een ingeving waarvan je heel zeker weet dat je die moet volgen. Als ik Holland ben, breng ik onveranderlijk een bezoek aan de uitgeverij waar ik het merendeel van mijn vertalingen voor doe: Unieboek in Houten. Zo'n bezoek is altijd 's morgens zo rond koffietijd en duurt nooit langer dan een uurtje, waarna ik de hele dag dan nog voor me heb. Zo ging dat ook in juni 2001 en nadat ik in Houten klaar was, besloot ik naar Rotterdam te gaan. Ergens in de buurt van Gouda stopte ik even bij een benzinestation en terwijl ik in de zon op een bankje zat met een broodje en een flesje karnemelk, zag ik plotseling het bord voor me dat ik straks zou passeren: de afslag naar Nieuwerkerk a/d IJssel, Zevenhuizen en Moerkapelle. Daar reed ik al jaren keer op keer zonder verder nadenken aan voorbij, maar nu bedacht ik opeens: ik kon wel eens even naar Rinus en Pauline gaan. Ik belde ze, zei dat ik in de buurt was en langs wilde komen en hoorde hoe blij ze allebei waren. Nog geen halfuur later stond ik voor de deur en opnieuw was het alsof het gisteren was dat we elkaar hadden gezien. Goed, toegegeven, we waren een beetje ouder geworden, maar dat was de buitenkant. Binnenin was er niets veranderd. Rinus was al jaren ernstig ziek, maar werd daar niet somber van. Hij wist dat hij binnen afzienbare tijd in een rolstoel terecht zou komen, maar ook dat nam hij nogal laconiek op. Wel trof hij voorbereidingen voor een ander huis met speciale voorzieningen zoals je die in Nederland hebt. We hadden een fantastische middag en avond daar achter in zijn mooie tuin in Moerkapelle waar ik die foto hierboven van hem nam. We dronken een goed glas wijn, haalden een stevige hap bij de Chinees en kletsten eindeloos. Want lullen dat Rinus kon, niet te geloven! En hij zou ook de laatste zijn om dat te ontkennen. Later namen we afscheid met het vaste voornemen nu wat meer contact te houden want het leven is kort en voor je het weet is het voorbij. We hebben nog wat geschreven en gebeld. Tot ik op een morgen in begin november 2001 mijn post ophaalde en een rouwbrief vond: Rien van den Broek was overleden. Daar werd ik even helemaal koud van, maar mijn eerste en allesoverheersende gedachte was toch: wat ben ik blij dat ik die ingeving heb gevolgd.
Rien van de Broek. Een goede vriend en een goed zeeman. Hij voer later bij P.A. van Es en bij Smits waar hij kapitein werd. Tot hij ziek werd en uiteindelijk afgekeurd. Het is fijn om in je leven een paar goede vrienden te hebben; échte vrienden te. Rinus - want zo ben ik hem altijd blijven noemen - was daar een van. Maar zeg je Rinus van den Broek, dan zeg je ook Mauritssingel, een van de vreemdste scheepsrampen uit de geschiedenis van de Nederlandse koopvaardij. Rinus wist meer dan er in al die rapporten en verslagen staat, maar hij was er de man niet naar om dat bekend te maken. Hij heeft me die laatste keer zo het een en ander verteld - want natuurlijk kwam ook de Mauritssingel weer ter sprake - maar na zijn overlijden ben ik dat ook weer vergeten; dat leek me goed.
Voor het volledige verslag van de Raad voor de Scheepvaart klik hier.
Bestaat toeval? Wat bewoog me om juist nu mijn herinneringen aan Rien van den Broek aan de site toe te voegen? Terwijl ik daar mee bezig was, werd zijn vrouw, Paulien van den Broek - Looren de Jong, gecremeerd. Zoals ik in de eerste week van november 2001 op het postkantoor plotseling met het bericht van Riens overlijden in handen stond, gebeurde me dat deze week met het bericht dat Paulien was overleden en op 4 mei gecremeerd. Ze werd 66 jaar oud.
